Nieuws over Maria van Daalen: ’Vodou is voor elk mens goed’

ware grootte
236 x 316px (35,9Kb)
foto: Mark Kohn (bron: mariavandaalen.nl)

Nieuws over Maria van Daalen: ’Vodou is voor elk mens goed’

Nieuws over Maria van Daalen: ’Vodou is voor elk mens goed’

in dossier: Daalen, Maria van

31 januari 2011 Auke
(uit: Trouw van maandag 31 januari 2011; door Marije van Beek) De Rotterdamse Kunsthal toont foto’s van vodoupraktijken in Benin, New Orleans, Miami en op Haïti. Lijfelijk zijn ze, dicht op de huid genomen. Maar of ze het begrip voor vodou vergroten, betwijfelt priesteres Maria van Daalen.

Een lage vrouwenstem vult de expositieruimte van de Rotterdamse Kunsthal met uitheemse klanken. „Baron bwa mwin nan’m nan ... Baron Samedi bwa mwin nan’m nan.” De bezoekers van de expositie ’Voodoo’ komen voor foto’s van een ongewone godsdienst, maar dit geluid wint het van wat er aan de wand hangt.

Wat ze horen? De stem van voodoupriesteres Maria van Daalen uit Almere. Midden in de Kunsthal heft ze een lied aan voor Baron Samedi. Het geestwezen wordt veelvuldig aanbeden in het werk van fotograaf Gaël Turine, die in Rotterdam exposeert met foto’s van vodoupraktijken in Benin, New Orleans, Miami en op Haïti.

Als één van de weinigen in Nederland is Maria van Daalen goed ingewijd in vodou. Foto voor foto licht ze toe wat Turine heeft vastgelegd. Bij een man met een hanekop tussen zijn lippen: „Die kop heeft hij net afgebeten. Nu staat hij op het punt de haan te offeren.” Ze ziet bekenden uit Haïti op de foto’s, Papa Erol bijvoorbeeld, die is vereeuwigd terwijl hij sigarenrook in het gezicht van een vrouw blaast. „Over deze foto heb ik met hem gecorrespondeerd op Facebook. Hij is hier in trance, als behandelend geneesheer.”

Van Daalen heeft kritiek op de mensen die de tentoonstelling samenstelde. „Om te beginnen is de titel verkeerd. ’Voodoo’ staat voor de Amerikaanse variant van de godsdienst. In Benin heet het ’vodun’. In Haïti noem je het ’vodou’ en dat is ook de wetenschappelijke term.”

Behalve vodoupriesteres is Van Daalen ook dichteres. Mensen vragen haar vaak hoe ze op het idee kwam om tot de hoogste orde van een slavenreligie te willen behoren. „Bij mijn debuut als dichter noemden critici mij ’priesteres in de poëzie’. Daar is het mee begonnen. Het is goed voor mij. In vodou vind ik evenwicht, balansé in het Creools.”

Op het eerste gezicht verraadt haar verschijning niets van haar devotie voor de 401 (wat staat voor ’veel’) geestwezens die stammen uit het Afrikaanse volksgeloof – nette spijkerbroek, paarse trui, kort grijs haar. Een verzorgde vrouw, blank bovendien.

Het contrast met de portretten van haar overzeese geloofsgenoten kan bijna niet groter. Ze wentelen zich op de foto’s in de modder, besprenkelen elkaar met bloed of frutselen met as. Sigarenrook, rum en maïsmeel zijn nooit ver weg en hun offerandes brengen ze op groezelige altaren. De ingrediënten voor de rituelen zijn verstopt in een reeks beduimelde potten en viezige vaatjes. Een python glijdt over tafel, bokjes en koeien bloeden leeg in de klei.

Van Daalen neemt haar priesterschap erg serieus, zegt ze. „Ik ben de verbinding tussen hemel en aarde.” Als ze vertelt wat ze ervaart als ze in trance raakt, legt ze een hand op haar hoofd. „Hier gebeurt het, daar voel ik het. Er ontstaat een opening naar een andere wereld.”

Ze legt uit dat in vodou kleuren belangrijk zijn, ook al zijn de foto’s op de expositie grotendeels zwart-wit. Dan blijkt dat haar geloof toch haar kledingkeuze beïnvloedt. „Ik draag niet voor niets paars”, zegt Van Daalen. „Ieder geestwezen heeft een eigen kleurcode. Laten we zeggen dat ik in overleg ben met Baron Samedi en dat het daarom goed is om geen zwart te dragen.” Waarom wil ze niet zeggen. Plots geheimzinnig: „Meer kan en wil ik daar niet over loslaten.”

Wat Van Daalen wel wil doen, is ’misverstanden’ over vodou uit de wereld helpen. Parallellen met andere religies bewijzen volgens haar hoe gewoon vodou is. „Men wil dat niet zien. Terwijl elke monotheïst in engelen gelooft. Zelfs protestanten. Als je heel streng bent, zijn engelen ook geestwezens. In grote lijnen lijkt de vodoureligie op de oude Keltische en Griekse godenwerelden. Er is een kleine groep goden, met een moedergodin, een minnares, een god van de oorlog, van de oceaan, van het goede.”

De vodoupriesteres studeerde Nederlands en doceert geregeld op universiteiten. Ze zegt het niet lastig te vinden om zich tegelijkertijd in verschillende werelden te bewegen. „Ik sta niet alleen als kunstenaar en priesteres in het leven, ook als wetenschapper.” De verbaasde of geschokte reacties van mensen op haar priesterschap wijt ze aan onkunde over vodou. „Mensen hebben er een enorme angst voor. Verhalen over de slachtpartijen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Haïti zijn een eigen leven gaan leiden. Vodou was een motor in die strijd, waarbij Napoleons leger in de pan is gehakt.”

Ook hier zoekt Van Daalen naar een analogie met de belevingswereld van Nederlanders. „De geuzen lieten zich ook religieus inspireren in hun strijd tegen de Spanjaarden. En vice versa, Alva was ook niet mals met zijn katholieke schrikbewind.”

De foto’s in de Kunsthal zijn dicht op de huid genomen. Dat maakt ze lijfelijk en die lijfelijkheid past volgens Van Daalen goed bij de godsdienst. „Vodou is in het lichaam gevestigd, omdat het geen heilig boek kent”, legt ze uit. „Omdat wij het geschreven woord zo belangrijk vinden, denken wij al algauw: het zijn arme negertjes die rare dansjes doen. Maar vodou doet heus wel aan theorievorming, al zijn er geen boeken over. Vergelijk het met de Griekse dialoogtraditie. Socrates heeft ook nooit iets opgeschreven.”

Van Daalen heeft weinig hoop, zegt ze, dat de expositie in Rotterdam het beeld van vodou goed zal doen. „De bordjes ontbreken, waardoor het niet duidelijk is wat er gaande is. Ook is het niet duidelijk of een foto in Benin, Haïti of New Orleans is gemaakt. Daardoor is de historische lijn zoek.” Volgens de tekst op de eerste wand in de tentoonstelling kent vodou weinig vaste regels.
„Een domme fout”, zegt Van Daalen. „En erg neerbuigend. Vodou heeft juist heel veel regels. Nu is het net alsof je maar kunt doen wat je wilt. Ze nemen het niet serieus als ze zich er zo slecht in hebben verdiept.”

Een aantal foto’s van Turine is op het lugubere af. Bijvoorbeeld die van een tot aan het lemmet bebloed mes, net gebruikt om een offerdier te doden. Op een andere afdruk brengt een offergeitje zijn laatste uren door tussen de vlezige dijen van een Haïtiaanse. Van Daalen beziet het zonder bevreemding, laat staan medelijden. „De dieren worden na een offer meestal gewoon opgegeten.”

Ook is er een kapot geprikt voodoopoppetje te zien. Het is één van de accessoires die bijdragen aan het weinig rooskleurige imago van de godsdienst. Van Daalen loopt de foto snel voorbij. „Het is een bijverschijnsel”, zegt ze over het poppetje. „Het is niet de kern van vodou. Het is iedereen verboden om elkaar iets aan te doen. Maar als iemand mij kwaad doet, mag ik wel kwaad terugsturen.” Dat anderen de godsdienst als boosaardig beschouwen, weerhoudt Van Daalen er niet van om zich er thuis te voelen. „Vodou zou voor elk mens goed zijn. Maar zo’n missionaris ben ik nu ook weer niet.”

terug

Zoek in kidor.nl
resultaten sluiten